Het huidige millennium is begonnen met een reeks aan teleurstellingen voor beleggers. De internetbubble en de aandelenlease-affaire stonde
n nog helder in ons geheugen, maar helaas werd het herstel van de voorbije jaren vroegtijdig afgebroken door de kredietcrisis. Op het fonds Robeco bijvoorbeeld heeft u over de laatste tien jaar niet verdiend, maar slechts quitte gespeeld. Daarmee deed het fonds het zelfs nog iets beter dan zijn gemiddelde concurrent.
Teleurstellingen horen bij beleggen en zijn niet geheel te voorkomen. Toch zijn er lessen te leren over het minimaliseren van en het omgaan met teleurstellingen.
1. Beleg alleen met geld dat u kunt missen. Uw verlies wordt dan namelijk maximaal beperkt tot het vermogen dat u kunt missen. Zorg er wel voor dat u wat kan missen, want het is moeilijk om geld apart te zetten en niet uw hele inkomen – of nog iets meer – uit te geven.
2. Beleg gespreid. De grootste verliezen vindt u altijd bij ongespreide beleggingen: internetfondsen in het begin van deze eeuw en China, India en Turkije in 2008 tot nu toe. Natuurlijk laten de ongespreide beleggingsmogelijkheden van tijd tot tijd ook de beste rendementen zien: internetfondsen eind vorige eeuw, China, India en Turkije in 2007 en grondstoffen in 2008. De tragedie van de gemiddelde belegger is dat hij of zij er meestal te laat bij is.
3. Doe niet aan timing. Op verjaardagsfeestjes kom je ze wel eens tegen; beleggers die aandelen of opties van de bodem oprapen en ze op de top verkopen en daarmee duizenden euro’s in een paar dagen of maanden verdienen. Reken er maar op dat u nooit zulke successen zult boeken. En trouwens, deze “succesvolle” praatjesmakers verhalen alleen over hun successen en niet over hun minstens zo talrijke mislukkingen.
4. Fondsaanbieders en adviseurs moeten beter hun best doen. Er is niets makkelijker om op de top van de markt een duur en ongespreid aandelenfonds te verkopen wijzend op de enorme potentie van een subsector, thema of land en te wapperen met het prachtige track record. Meestal is het feestje dan helemaal of bijna over en blijkt de “easy sell” te resulteren in een gefrustreerde belegger. Een gefrusteerde belegger zal in de toekomst geen goeie klant zijn. Als de collectieve ervaring van beleggers niet verbetert, zal de beleggingsdemocratisering niet doorzetten. Media, banken, adviseurs en vermogensbeheerders hebben hierin gezamenlijk verantwoordelijkheid. Het is begrijpelijk maar spijtig dat beleggen in Nederland niet aan populariteit wint.
5. Beleggers moeten volhouden. Wie midden in een correctie zit, kan soms moeilijk relativeren en handelt in blinde paniek. Maar het is echt waar dat van beleggen op lange termijn het hoogste rendement wordt verwacht en dat alle crises uit het verleden niet meer bleken dan kleine of wat grotere haakjes in een grafiek die naar boven gaat.
6. De scepticus verliest. U mag best een beetje tegendraads zijn, graag zelfs. Maar als u vier opeenvolgende jaren van goede beleggingsrendementen nodig heeft om te overtuigd te worden om te gaan beleggen (“nou vooruit dan maar”) en vervolgens na drie of vier jaar van negatieve rendementen uw belegging teleurgesteld verkoopt (“wordt nooit meer wat”), dan leidt uw sceptische houding tot slechte resultaten.